Verslag Masterclass ‘Plezier beleven aan taaie vraagstukken’

vermaak_grootAfgelopen week was ik aanwezig bij de SIOO masterclass met Hans Vermaak over taaie vraagstukken. Vraagstukken die van niemand en iedereen zijn, zoals ‘ondernemende bureaucratieën’ of ‘verandering van de organisatie cultuur’. Het zijn vraagstukken die niet eenvoudig zijn op te lossen, omdat ze op verschillende aspecten complex bevatten. De context is in beweging, de inhoud kent veel factoren en er zijn veel verschillende stakeholders bij betrokken.

Een taai vraagstuk ontdekken is niet ingewikkeld, vraag maar eens een paar collega’s: “Wat is het belangrijkste dat hier zou moeten gebeuren?”. Wel moet je er voor oppassen eenvoudige vraagstukken niet ingewikkelder dan nodig te maken. Als je elk diner aanpakt zoals het kerst-diner leef je een ingewikkeld leven.

Een eenvoudig stappenplan voor dergelijke vraagstukken is er niet. Je krijgt iets voor elkaar als je de aanpak evenveel finesse geeft, als het vraagstuk bevat. In zijn boek ‘Plezier beleven aan taaie vraagstukken’ beschrijft Hans Vermaak 12 werkingsmechanismes die de vraagstukken in stand houden, maar ook de sleutel vormen om verandering tot stand te brengen. De mechanismes zijn geclusterd in vier thema’s:

  • interactie, hoe de betrokkenen met elkaar om gaan
  • cognities, over opvattingen en overtuigingen
  • procesontwerp, het samenspel van interventies
  • procesankering, hoe de vernieuwing landt en beklijft.

Tijdens de masterclass lichte Vermaak er 4 uit. Mij sprak vooral zijn betoog voor het werken in de microkosmos aan. “Taaie vraagstukken leer je pas werken door er aan te werken.” Het is verstandig om te beginnen in een kleine, concrete situatie waarin alle complexiteit nog aanwezig is. Denk in het onderwijs aan de groep docenten die betrokken is bij één klas. Door in deze kleine omgeving te werken aan het verhelpen van blokkades komt verandering tot stand. Liever talloze kleine projecten, dan één grote centrale aanpak. De kunst is om dit zoveel mogelijk onder het maaiveld te doen, “als je tegen een rivier moet zwemmen doe je dat ook langs de rand, daar is de stroming het minst sterk.” Decentraal beginnen met mensen die er voor in zijn, hierin leren wat  werkt en vervolgens kijken of je op andere plekken ook een pilot kan doen. Niet uitrollen, maar nogmaals experimenteren.

Wil je meer weten, kijk dan eens naar deze video. Hierin bespreekt hij veel van wat ook in de masterclass aan de orde is gekomen.